Wetenschappelijk onderzoek naar de integrale aanpak van agressievrij onderwijs

Publicaties

Onderwijsprofessionals zijn zich meer bewust van wat agressie is, herkennen agressie sneller, teams ontwikkelen een gedeelde taal om aan te geven waar hun grenzen liggen en er is een groeiende bereidheid ontstaan om agressie te melden.

Dit zijn de resultaten van een evaluatieonderzoek dat Bureau Omlo heeft uitgevoerd naar de integrale aanpak tegen agressie die Unicoz Onderwijsgroep in Zoetermeer op haar scholen heeft ingevoerd.

Een samenvatting van het onderzoek kunt u hier downloaden.

Proces evaluatie integrale aanpak

De integrale aanpak van agressie op scholen: een tussenbalans

Bureau Omlo (Omlo, Koetsenruijter, Charif & Klooster, 2026) heeft wetenschappelijk onderzocht wat de integrale aanpak tegen agressie tot nu toe heeft opgeleverd op de scholen van Stichting Unicoz Onderwijsgroep. Het gaat om een tussenbalans, want de aanpak wordt nog ingevoerd.

Waarom deze aanpak?

Voor veel medewerkers zijn agressie en druk van ouders en leerlingen geen uitzondering meer. Ze horen inmiddels bij het werk, van druk in juridische bewoordingen tot fysiek geweld rond de school. Grenzen staan onder druk en medewerkers weten regelmatig niet goed hoe ze moeten handelen. Een kwart van de docenten kreeg in de twaalf maanden daarvoor te maken met verbaal geweld van ouders, zoals schelden, beschuldigen, kleineren en aanhoudende druk (Nieuwscheckers, 2025, op basis van DUO). Losse trainingen zijn niet genoeg. Programma’s voor de hele school werken beter: met normen, consequent handelen, monitoring en steun aan leraren. Effecten ontstaan pas na jaren van consequente uitvoering.

Het onderzoek

Het onderzoek duurde elf maanden en vond plaats op vier scholen. Er zijn 42 diepte-interviews gehouden, twaalf workshops geobserveerd en vier focusgroepen georganiseerd. De onderzoekers hebben informatie uit gesprekken, documenten en observaties met elkaar vergeleken, zodat de bevindingen beter te controleren en betrouwbaarder zijn.

Voor zover bekend is dit de eerste evaluatie in Nederland van zo’n aanpak bij een groep scholen.

Vier bouwstenen

Het doel van de aanpak is dat scholen agressie eerder herkennen, duidelijker grenzen stellen, professioneler ingrijpen en meldingen beter opvolgen. Een veiligheidsregisseur voor alle scholen samen vormt de spil, samen met veiligheidscoördinatoren, directies en ambassadeurs. De aanpak bestaat uit vier bouwstenen:

  • Een collectieve norm en protocol: een agressie- en sanctieprotocol met het ABCD-model.

  • VR-trainingen: oefenen in een veilige omgeving, met werkvormen en ambassadeurs die het gesprek in het team op gang brengen.

  • Registratie en monitoring: incidenten vastleggen en opvolgen, zodat meldingen zichtbaar worden en het beleid kan worden bijgesteld op basis van inzicht en trends.

  • Nazorg en netwerk: een netwerk dat medewerkers na incidenten opvangt en nazorg biedt.

Eerste opbrengsten

Op bijna alle scholen zijn de VR-trainingen gestart en zijn ambassadeurs aangewezen. De opbrengsten uit het onderzoek

  • Meer bewustwording: medewerkers herkennen en benoemen vormen van agressie beter, mede dankzij het ABCD-model en de casussen in de VR-training.
  • Een gedeelde taal: het is makkelijker om ervaringen te bespreken, grenzen worden scherper gesteld en agressie wordt gezien als een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

  • Meer meldingen: dat betekent niet per se dat er meer incidenten zijn. Medewerkers zijn eerder bereid te melden, dus incidenten worden sneller herkend en vastgelegd.

  • Een steviger fundament: agressie staat op de agenda. De veiligheidsregisseur, het protocol en de registratie vormen samen een eerste veiligheidsstructuur.

Wanneer werkt het het best?

De aanpak werkt het best als:

  • er in de school breed urgentie wordt gevoeld rond agressie;

  • de schoolleiding de aanpak zichtbaar steunt en zelf het goede voorbeeld geeft;

  • het team zich veilig voelt om te leren en te oefenen;

  • de aanpak past bij het dagelijkse werk, de bestaande veiligheidsafspraken en de jaarplanning.

Knelpunten

  • De werkdruk is hoog en er lopen andere processen tegelijk.

  • Rollen en meldroutes zijn niet overal duidelijk.

  • Het protocol is sterk, maar uitgebreid, en is nog niet overal een praktisch hulpmiddel.

  • Ambassadeurs hebben nog niet altijd genoeg overzicht en afstand.

  • Er is geen nazorgstructuur voor alle scholen van het bestuur samen.

  • De casussen in de VR-training passen niet bij elke situatie, bijvoorbeeld niet bij juridische druk.

Aanbevelingen

  • Gebruik VR als startpunt van een leerlijn over meerdere jaren.

  • Maak het protocol en de rollen werkbaar voor het hele team.

  • Investeer in sleutelpersonen: geef ze de juiste toerusting, tijd en bevoegdheid.

  • Bouw een nazorgstructuur voor alle scholen van het bestuur.

  • Stem de aanpak af op het type school, de wijk en de ouders.

Verdiepen, vereenvoudigen en vasthouden

Het beeld is positief, maar realistisch. Er is vooruitgang in bewustwording, een gedeelde taal, de bereidheid om te melden en de steun die medewerkers ervaren. De volgende stap is de aanpak blijvend te verankeren en effecten op de lange termijn aan te tonen.

De samenvatting van het onderzoek is hier te downloaden.

Het gehele onderzoek is hier te vinden

"Wij zeggen NEE tegen agressie"